Orthomoleculaire geneeskunde
De basis van de orthomoleculaire geneeskunde is dat uitsluitend, het natuurlijke genezende vermogen van het eigen lichaam, van het eigen organisme, wordt aangesproken om genezing te bewerkstelligen.
In de orthomoleculaire geneeskunde gaat het om het functioneren van het organisme in zijn totaliteit. De orthomoleculair behandelaar richt zich ook in eerste instantie op de mens als geheel. Voeding dient aan het lichaam de juiste moleculen in een optimale hoeveelheid in de juiste verhoudingen te leveren om een goede gezondheid in stand te houden en ziekte tegen te gaan. In de orthomoleculaire geneeskunde streeft men er dus naar met stoffen te werken die het lichaam zonder schade kan gebruiken en verwerken.
Lees meer
Beroep Orthomoleculaire geneeskunde
De orthomoleculair geneeskundige houdt zich bezig met de gezondheid en ontwikkelingsweg van mensen. Het doel van de orthomoleculair deskundige is het zelfherstellend vermogen van de patiënt te stimuleren, zodat het genezingsproces aangezet wordt en de patiënt zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen. Ook moeten tekorten aan nutriënten aangevuld worden.
Lees meer
Geschiedenis van de Orthomoleculaire geneeskunde
Een schets van de geschiedenis van de orthomoleculaire geneeskunde.
De orthomoleculaire geneeskunde wortelt net als in de reguliere geneeskunde in de volksgeneeskunde.
Tijdens de Romeinse overheersing heeft Hippokrates, de Griekse geneesheer die de volksgeneeskunde van zijn tijd ordende in een rationeel systeem via Rome naar onze streken. Deze geneeskunst werd onderweg vermengd met allerlei andere vormen van volksgeneeskunst. Zowel de natuur als de reguliere geneeskunst zien Hippocrates als grondlegger van geneeskundig denken.
Lees meer
Tweevoudig Nobelprijswinaar Linus Pauling
Hij introduceerde de term: Orthomoleculair. Orthos betekent in het Grieks goed juist en gezond. Moleculair betekent met betrekking tot de moleculen Daarmee presenteerde hij een geheel nieuw concept ten aanzien van de betekenis van voeding voor de gezondheid. Hij kreeg als enige geleerde twee Nobelprijzen. In 1954 voor de verrichting van baanbrekend werk in de scheikunde en in 1962 had hij zich als geen ander ingezet voor het stopzetten van bovengrondse kernproeven in de jaren vijftig.
Lees meer
|